De gemeente Achtkarspelen werkt aan een ambitieus warmteprogramma om woningen en gebouwen te verduurzamen. Tijdens een recente raadsvergadering werd het conceptprogramma besproken, waarbij de raad aandachtspunten en richtlijnen kon meegeven voor de verdere uitwerking. De meningen waren verdeeld, met name over de haalbaarheid en betaalbaarheid van de plannen.
Politiekverslaggever Rijk de Bat
In de raadsvergadering van 19 februari 2025 stond het concept warmteprogramma van de gemeente Achtkarspelen centraal. Dit programma, dat een wettelijke verplichting is, beschrijft hoe de gemeente tussen 2026 en 2035 de overstap naar duurzame warmte wil maken. De discussie in de raad was levendig en soms fel, met uiteenlopende standpunten over de beste aanpak.
Hink Speulman van de PvdA benadrukte het belang van een zorgvuldige en rechtvaardige transitie. "De warmtetransitie raakt iedereen en daarom is het zo belangrijk," stelde hij. Speulman pleitte voor een aanpak die haalbaar en betaalbaar is voor alle inwoners, met speciale aandacht voor energiearmoede. "De transitie is geen technisch project, het is een maatschappelijke verandering die iedere inwoner raakt," aldus Speulman.
Jeffrey Graansma van de PVV uitte zijn zorgen over de betaalbaarheid van de voorgestelde technieken. "Hoe kan een techniek die op zichzelf niet rendabel is, ervoor zorgen dat het betaalbaar wordt?" vroeg hij zich af. Graansma pleitte voor het behoud van aardgas en het onderzoeken van alternatieven zoals kernenergie. "Laten we alsjeblieft gewoon eerst even doorgaan met gas," stelde hij.
Het CDA, vertegenwoordigd door Jacob Zwaagstra, sloot zich aan bij de zorgen over de betaalbaarheid en pleitte voor een focus op wijken met oudere woningen en energiearmoede. "Richt je op het voorbereiden op een latere overstap en dat is nu isoleren," zei Zwaagstra. Hij benadrukte het belang van een realistische aanpak die aansluit bij de behoeften van de inwoners.
De ChristenUnie, vertegenwoordigd door Toos van der Vaart, was positief over het conceptprogramma en benadrukte het belang van draagvlak en betaalbaarheid. "Betere isolatie en dus verlaging van het energieverbruik levert een directe besparing op voor huishoudens," stelde Van der Vaart.
Wethouder Jelle Boerema reageerde op de zorgen en benadrukte dat er nog geen sprake is van een verplichte aansluiting op duurzame warmte. "Niemand hoeft nu van het gas af en er is ook geen eindjaar gezegd van die woning moet dit 2030 van het gas af," aldus Boerema. Hij benadrukte dat de gemeente werkt aan een lange termijn planning met oog voor participatie en draagvlak.
De discussie in de raad maakte duidelijk dat er nog veel werk aan de winkel is om tot een breed gedragen warmteprogramma te komen. De input van de raad zal worden meegenomen in de verdere uitwerking van het programma, dat uiteindelijk door het college van burgemeester en wethouders zal worden vastgesteld.
Samenvatting van het voorstel
De gemeente Achtkarspelen is bezig met het ontwikkelen van een warmteprogramma dat beschrijft hoe woningen en gebouwen in de komende jaren kunnen overstappen op duurzame warmte. Dit programma is een wettelijke verplichting en geldt voor de periode 2026-2035. Het concept warmteprogramma wordt besproken in een oordeelsvormende vergadering, waarbij de gemeenteraad aandachtspunten en richtlijnen kan meegeven voor de verdere uitwerking. Deze input wordt gebruikt bij het opstellen van het definitieve programma, dat door het college van burgemeester en wethouders wordt vastgesteld. De warmtetransitie heeft grote maatschappelijke impact, en daarom wordt de raad betrokken bij het proces. Inwoners en andere betrokken partijen worden ook geraadpleegd via participatietrajecten. Het uiteindelijke doel is een zorgvuldig en breed gedragen warmteprogramma dat aansluit bij regionale en landelijke kaders.
Documenten
-
Analyse van het document
Titel en samenvatting:
Het voorstel betreft het "Concept Warmteprogramma Achtkarspelen". Het programma beschrijft hoe de gemeente Achtkarspelen tussen 2026 en 2035 woningen en gebouwen wil laten overstappen op duurzame warmte. Het is een wettelijke verplichting en vervangt de Transitievisie Warmte van 2021. De gemeenteraad wordt gevraagd om in een oordeelsvormende vergadering aandachtspunten en richting mee te geven voor de verdere uitwerking van het programma. Deze input zal door het college worden gebruikt bij het opstellen van het definitieve warmteprogramma.
Oordeel over de volledigheid:
Het voorstel is redelijk volledig. Het bevat een duidelijke structuur en biedt inzicht in de context, doelstellingen, en de rol van de gemeenteraad. Echter, specifieke details over de implementatie en technische aspecten van de warmtetransitie ontbreken.
Rol van de raad:
De raad heeft een adviserende rol. Ze wordt gevraagd om richtinggevende aandachtspunten mee te geven voor de verdere uitwerking van het warmteprogramma.
Politieke keuzes:
De raad moet keuzes maken over het ambitieniveau en tempo van de warmtetransitie, de uitgangspunten voor warmteoplossingen, de rol van betaalbaarheid en energiearmoede, en de balans tussen de dorpenaanpak en een bredere aanpak.
SMART en inconsequenties:
Het voorstel is niet volledig SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden) geformuleerd. Het mist specifieke meetbare doelen en tijdlijnen voor de implementatie. Er zijn geen duidelijke inconsequenties, maar de algemene aard van het voorstel kan leiden tot interpretatieverschillen.
Besluit van de raad:
De raad moet besluiten om kennis te nemen van het concept warmteprogramma en aandachtspunten en richting mee te geven voor de verdere uitwerking.
Participatie:
Het voorstel benadrukt participatie van inwoners, dorpsbelangen en andere betrokken partijen via verschillende trajecten, zoals de DenkMee-website en vragenlijsten.
Duurzaamheid:
Duurzaamheid is een centraal thema in het voorstel, aangezien het warmteprogramma gericht is op de overstap naar duurzame warmtebronnen.
Financiële gevolgen:
Er zijn geen directe financiële consequenties verbonden aan het voorstel. Eventuele financiële gevolgen van het definitieve warmteprogramma worden later aan de raad voorgelegd.
-
-
-
-
-